De eerste oogst

Het derde jaar is het eerste oogstjaar. De eerste dagen van maart beginnen de stengels te groeien. U kunt de geulen dan opvullen en de rijen vlak maken. Een 8-tal dagen later aardt u de aspergeplanten aan met de aarde van tussen de rijen en dit tot een hoogte van 30 cm. Tijdens het eerste oogstjaar oogst u best niet meer dan 2 tot 4 asperges per stengel. Dat moet bovendien voor 1 juni gebeuren. De uitlopers worden afgesneden als ze 10 cm boven de grond uitkomen. Bij het oogsten van de asperges maakt u de uitlopers vrij tot aan de wortelstok en breekt u hem met een draaiende beweging aan de basis af. Daarna maakt u het heuveltje weer dicht. Op het einde van het seizoen laat u de planten vrij groeien. Op het einde van oktober snoeit u de verdroogde stengels af tot tegen het heuveltje en vernietigt u ze. In de lente van het 4de jaar legt u opnieuw heuveltjes aan en bemest u de grond. Vanaf april tot midden juni kunt u dan oogsten. Als aspergeplanten op een correcte manier geplant zijn, kunnen ze 10 jaar mee.

Om nog vlugger en gemakkelijker asperges te oogsten leggen we er nog een zwarte plasticfolie over. De grond blijft hierdoor droger zodat gemakkelijker geoogst kan worden. Met de folie warmt de grond beter op zodat enkele dagen vroeger kan geoogst worden. Ook helpt de zwarte folie het onkruid bestrijden. Dit is handig en spaart ons veel werk. De zwarte folie kan elk jaar na de oogst opnieuw opgeborgen worden en het jaar nadien opnieuw gebruikt worden.

Asperges gedijen het best in het gezelschap van peterselie, look en ui. De combinatie asperges en tomaten is ook ten zeerste aan te bevelen aangezien tomaten kevers op afstand houden.