Standplaats

De aspergeplant komt inheems voor in onze duinen aan zee.
De planten zijn meerderjarig en vormen ondergronds uitlopers (klauwen = vakterm ) die elk jaar opnieuw voor verse asperges zorgen.
Ze kunnen een hoogte bereiken van 2 meter en onderscheiden zich in mannelijke en vrouwelijke planten. Dit laatste is belangrijk om een maximale opbrengst te kunnen bekomen.
Ze staan op een 'vast bed' in de groentetuin en hebben een korte productieperiode. Dit wil zeggen dat er vanaf eind april t.e.m. juni asperges gestoken kunnen worden voor consumptie.
De betere plaats is dan ook een zandbodem die snel opwarmt.
Probeer het 'plantbed' dan ook zodanig in te plannen dat de zon een volledige dekking geeft.
Na het 12de jaar worden de aspergeklauwen verwijderd, daar deze enkel taaie loten produceren die niet meer aan te wenden zijn voor culinair gebruik.
Zet daarna op dezelfde plaats nooit nieuwe aspergeplanten om ziekten te vermijden. (aspergemoeheid).